Fabel De ezel en de Wolf

Maak jij een ander ook wijzer dan hij/zij is en leg jij je ziel en zaligheid bloot zodat dit tegen jou gebruikt wordt?

Ezel en Wolf waren vrienden geworden op het plein. Nou ja vrienden, zij gingen probleemloos om met elkaar.
In werkelijkheid vond Wolf Ezel eng vanwege zijn uiterlijk en walnootkleurige afwasborstelhaar.
In Ezels poten, de hoeven, zag Wolf het uiteinde van een pincet,
Waarin ook makkelijk een fietswiel kon worden vastgezet.
En oogde Ezels buik wel van de bloemkool zo enorm groot en gezond,
Of loog hij en waren het zijn naasten die hij verslond?
Wolf durfde er wel een euro om te verwedden dat hij,
Ezel had zien vliegen, in duivelsgedaante, aan hem voorbij.
Niet met wasknijpers maar hoorns op de grote kop
Zo joeg hij vast en zeker alle dieren op,
Vergezeld van zijn vreselijke Iaaa gegrinnik,
Dat haaks stond op fatsoenlijk paarden gehinnik.
Ezel kreeg lucht van Wolfs angst en grootse waan
En zei: Die hoorns zijn mijn oren, daar is niets gevaarlijks aan!
Wolf was nu wijzer en wist van de hoed en de rand,
En zo maakte hij de ezel, zonder pardon, van kant.




Note: Gebaseerd op een fabel van Aesopus